Glasscherven in de zon

(In memoriam matris)

Ik heb maar twee soorten foto’s waarop je lacht:
met je kinderen, tot een jaar of acht,
en met je kleinkinderen. (De oudste is dertien,
en nog niet te brutaal, mogen blijven.)

Wat daartussenin gebeurde is te zien
op de vijf keurig geëtiketteerde homeopatische
flesjes in je apotheek: ‘angsten’, ‘depressies’ (twee),
‘overbezorgdheid’, ‘paniek’. Dramatische

gevechten van telkens drie druppeltjes tegen de zee.
Je bleef onderwijzeres. Een krenterige heer
van een vrouw. Twintig jaar na elkaar elke dag heel even
verliezen, is minder erg dan alles in één keer, dacht je.

En daarna, met iets kleins in je armen, lachte
je dus weer. Na alles wat heel je leven
veel te groot was geweest. Zo sta je op de trouwfoto
van je dochter, opgekrikt uit je rugpijn,

zo recht als een kromme spijker die men recht-
geslagen heeft maar kan zijn.
En je lacht, na de dood van je man, je broers,
je zussen, je vrienden – of het niet op kon –

zoals glasscherven lachen in de zon

Herman de Coninck
Uit “De hectaren van het geheugen”

Leave a Reply