Jaloezie

1.

In zijn boek Intimiteit probeerde Jos van Ussel zaliger het hele gebied van de seksualiteit te herdefiniëren. Je komt thuis van je werk, je komt uit de hele wereld, en je komt in de stad waar je woont, en in die stad in de straat waar je woont, en in die straat in het huis waar je woont, en in dat huis in de hall, de woonkamer, en uiteindelijk de slaapkamer. Het wordt alsmaar intiemer. En in die slaapkamer heb je dan het bed: de plaats van de ultieme intimiteit.
Ik heb dat ooit proberen weer te geven in een gedicht:

Ik zoek een dorp.
En daarin een huis. En daarin een
kamer, waarin een bed, waarin een vrouw.
En in die vrouw een schoot,
en in die schoot een parel.

Daarnaar tast een vinger, waaraan een
hand, waaraan een arm, waaraan
ik. Die zoek ik.

Jalozie is wat ontstaat als die intimiteit geschonden wordt. Om te beginnen met de eerste strofe: de slaapkamer wordt publiek domein. Het doet denken aan de graffiti in urinoirs: ‘Smile, you’re on tv now.’ Het meest intieme blijk je in het openbaar te hebben gedaan.

Wat de tweede strofe betreft: diegene die zichzelf zocht kan het nu wel vergeten. Vrijen is zo diep in de ander doordringen, bij voorkeur letterlijk, dat je de indruk hebt dat je vanuit haar ogen mee terugkijkt naar jezelf. Maar er kijkt nog iemand anders mee. Onder al die blikken, zes ogen, het lijkt wel een complete liefdesjury, ben je niemand meer. En die niemand heeft eigenlijk niets anders meer dan zijn jaloezie. Zichzelf is hij kwijt. Als jalozie een groot wit laken is, het beddelaken van het verraad zeg maar, dan is hij het spook eronder.

2.

Liefde is blind, jaloezie is helderziend. Jaloezie ziet heel helder wat er nog maar is.
‘Ik hou van jou,’ zegt de vrouw. Jaloezie taxeert.’Ja, maar hoeveel?’ vraagt jaloezie.
De vrouw zoent. Jaloezie kijkt toe. Een zoen op je wang, vroeger was dat op je mond.
Je vrijt. Ze is passief omdat ze aan die ander denkt. Of ze is juist heel meewerkend omdat ze probeert niet aan die ander te denken. In elk geval is alles wat ze doet verkeerd, en alles wat je daarop terugdoet eveneens. Jaloezie is onfeilbaar, in het verkeerde.

Het prototype is de kleine zeemeermin van Andersen.
Ze wordt wanhopig verliefd op een voorbijvarende prins: de onmogelijke liefde bij uitstek. Toch weet ze ergens in het diepste onderwaterse diepten een uit zeewierharen opgetrokken heks te vinden die haar onderaan tweeledig wil maken. Maar de straf is dat ze stom zal zijn en dat elke stap die ze zet zal aanvoelen alsof duizend messen door haar benen snijden. Zo slaagt ze erin aan land te komen, net op het moment dat de prins zijn trouwfeest geeft. Ze snelt met een snelheid van honderdduizend messen per minuut op de prins toe, en die denkt alleen: wat een aardig meisje, en wat sneu, ze is stom.

Bij echte jaloezie ben je meestal niet stom, maar zeg je net die dingen die beter niet gezegd zouden worden, en dat is nog erger. Je zegt ze om iemand terug te krijgen, en ze loopt verder weg. En terwijl je ze zegt weet je hoe verkeerd het is. En kun je niet anders. Pas als je totaal niet meer om haar gaf, zou je oneerlij genoeg kunnen zijn om de juiste dingen te zeggen. Dan zou je haar behouden – terwijl je haar niet meer nodig hebt. Dat is toch wel zeer, nouja, oneerlijk.

Helderziendheid: je bent nog slechts twee ogen die verschrikt toekijken hoe uit een mond tien centimeter daaronder allemaal verkeerde woorden te voorschijn komen.

3.

De self-fulfilling prophecy: zo werkt jaloezie. Een slippertje hoeft niet belangrijk te zijn, maar je kunt er niet overheen, maakt het belangrijker dan het is, begint op alles verkeerd te reageren, en maakt je verhouding kapot. Het slippertje was dus belangrijk.
Jaloezie krijgt gelijk. En dat was nou net het enige dat ze niet wou krijgen.

4.

Falling in love gezien, op video natuurlijk, met Meryl Streep en De Niro. Vandaar deze bedenkingen. Een mislukte remake van Brief encounter, had ik ergens gelezen. Een hele goeie remake, vind ik, met een mislukt slot.
Een gedurfde film: zonder bedscène, zonder spannende achtervolgingen. Er wordt door Streep en De Niro heel overtuigend geaarzeld en zwijgend gezucht. Daar mag een film van mij anderhalf uur over doen.

Het gaat over twee mensen die op elkaar verliefd worden, maar omdat ze getrouwd zijn willen ze er niet aan toegeven. Juist omdat ze zich verzetten, wordt hun liefde onoverkomelijk. Als De Niro zijn vrouw opbiecht dat er een andere vrouw is die hij dagelijk op de trein ziet, maar dat er verder niets gebeurd is, reageert zij meteen: dàt is pas erg. Een verhouding, tot daaraantoe, maar een platonische, daar valt niet tegenop te neuken. Om zijn huwelijk te redden en om Streep niet meer te zien, neemt hij een job aan in Texas. Streep zelf is inmiddels bij hààr man eveneens door de mand gevallen: hij heeft haar aan de telefoon ‘adieu’ horen zeggen, dat was duidelijk genoeg. Er is niets gebeurd, en toch gaan beide huwelijken eraan kapot. Zo allesomvattend is dat niets.

De volgende Kerstmis is De Niro opnieuw in New York. Twee scènes zijn precies het omgekeerde van de beginscènes: De Niro luncht met een vriend die hem vraagt hoe het gaat. In het begin van de film was de vriend scheidende en De Niro gelukkig getrouwd. Nu is De Niro scheidende en de vriend staat op het punt om te hertrouwen.
Idem met Streep en haar beste vriendin. Vervolgens ontmoeten De Niro en Streep elkaar opnieuw in de boekhandel waar ze elkaar precies een jaar voordien, bij de kerstinkopen, leerden kennen. Volgen beleefdheidsfrases en misverstanden. Alleen de kijker weet op dat moment hoeveel ze van elkaar houden, zijzelf niet. Je bent als kijker geneigd om zoals bij Jan Klaassen te gaan roepen. Maar je kunt moeilijk, in plaats van: pas op, kijk achter je! gaan roepen: ‘Zoen elkaar dan toch, godverdomme!’
In elk geval had de film daar moeten eindigen.
Daar eindigt hij bij mij ook: op mijn video heb ik het idiote happy end uitgewist. Ik heb een meersterwerkje dat niet bestaat.

5.

Inmiddels zijn beide huwelijken kapotgegaan aan een niet voltrokken overspel. Dàt is pas romantiek, in een tijd waar vele huwelijken niet eens kapotgaan aan een tiental wèl opgebiechte overspeligheden.

Hoe speelt De Niro? Hij is architect-ingenieur, maar ik denk niet dat hij in de hele film een zin afmaakt. Hij hakkelt en zwijgt. Ik heb wel eens heimwee naar de films van de vroege jaren vijftig, omdat die zulke literaire scenario’s hadden. Elke dialoog verliep in perfecte one-liners, pang-pang-pang. Dat was verbaal genieten. De Niro spreekt in half-liners en meestal in kwart-liners. Hij kan ongelooflijk impressionant euh zeggen. Literair is dat een verlies, filmisch helaas niet.

Maar de essentie van de film wordt aangereikt door Meryl Streep. Ze staat zich klaar te maken voor een ontmoeting die wel eens in bed zou kunnen eindigen en staat minutenlang woedend voor de spiegel jurken te proberen, lijkbleek, koortsig, bijna onpasselijk van koketterie, gejaagd, woest d’r haar kammend, hysterisch bijna, doodsbenauwd dat ze de verkeerde jurk zou kiezen, doodsbenauwd ook dat ze de juiste zou kiezen.

Daarover gaat de film. Over passie. Over het feit dat netzogoed een groot geluk als een soort drama kan zijn. Passie is groot, dat is eigenlijk alles wat erover te zeggen valt. En geluk is dikwijls klein.

6.

Rudy Kousbroek heeft ooit twee types van jaloerse mannen onderscheiden: de jaloersigaard zonder reden, altijd achterdochtig zonder dat er ooit iets aan de hand is – en de man die een privé-detective inhuurt om zijn vrouw te laten volgen. Na een maand komt die met een rapport en fotobewijzen verslag uitbrengen. ‘Uw vrouw onmoet elke middag een vriend,’ zegt de detective. ‘En dan?’ vraagt de opdrachtgever. ‘Dan gaan ze naar zijn huis.’ ‘En dan?’ ‘Dan drinken ze een aperitiefje.’ ‘En dan?’ ‘Dan gaan ze naar de slaapkamer.’ ‘En dan?’ ‘Tja, ik ben niet mee geweest in de slaapkamer,’ zegt de detective. Waarop de man: ‘O, die kwellende onzekerheid!’

Dat laatste type heeft gelijk. Overspel is niet belangrijk, zolang het maar niet de grote passie is. In dat geval is er geen enkele privé-detective die deugt. Als hij wel zou deugen, zou hij meer zeer geil maken. Want de vraag is niet of ze zuchtte, maar met hoeveel a’s ze aaah zei. En of ze boven de honderd hartkloppingen per minuut kwam. De detective die verwaarloosd heeft haar hartslag te meten, zou ik meteen ontslaan. Zijn er soms films die ze samen buitengewoon vonden? Hebben ze samen Falling in love gezien? Dat laatste zou ik net nemen, denk ik.

7.

‘Je wil toch altijd iemands liefste zijn.’ Het is de meest bijblijvende uitspraak uit een boek van een aantal jaar geleden, van Emma Brunt, over jaloezie.
In die tijd was ik voor enkele vrouwen de tweedeliefste. Ik voelde me de Raymond Poulidor van de liefde. Je zou kunnen denken: dat helpt, drie keer de tweedeliefste is beter dan één keer de liefste. Maar dat klopt alleen voor de Super-Prestige.
Is liefde dan competitief?
Ja, natuurlijk.
Je wilt toch altijd iemand liefste zijn: dat verschilt net zoveel van: je wil toch altijd ergens de beste in zijn.

Gelukkig wil niet iedereen in hetzelfde domein de beste zijn, anders gaf dat een hoop verliezers, gelijk aan de wereldbevolking min één. Je kunt de verstandigste man van Europa willen zijn. Maar je kunt je ook, zoals mijn dochter, tevreden stellen met de beste hamsterverzorgster van de straat te willen zijn. Op die manier is het aan nogal wat mensen gegeven toch èrgens de beste in te zijn. En als je niet de beste bent, dan toch de aardigste, diegene van wie het meest gehouden wordt, ach nee, niet door iedereen, alleen door dat sproetenmeisje van om de hoek, nee, niet de mooiste van de straat, maar van alle lelijke de leukste. Maar hoe minimaal je het ook vormuleert: het blijven superlatieven. Geef mij één superlatiefje om mee te leven. Laat mij van één iemand de liefste zijn.

Herman De Coninck

Leave a Reply