Een eerbetoon aan Vlaanderens grootste dichter

AuteurHerman de Coninck

Glasscherven in de zon

G

Ik heb maar twee soorten foto’s waarop je lacht:
met je kinderen, tot een jaar of acht,
en met je kleinkinderen. (De oudste is dertien,
en nog niet te brutaal, mogen blijven.)

Opnieuw

O

Een angorakat in de sneeuw: afgemeten,
om niet met elke stap zichzelf in al
dat witte te vergeten.

Sneeuw blijft het weten.

Te voet over de Lethe

T

Als ze genadeloos traag, geeuwend, héhé,
een peperduur slipje van niks op de vloer laat landen
(sex hoort net als luxe met mysterieuze x) waarna ze haar voor zijn handen veel te vele twee

borsten laat zien, kijkt hij beneden aan haar bleke

Verlanglijstje

V

Geef mij Nescio en Tsjechov, oude boeken.
Geef mij na mijn zoveelste kale reis
iemand die mij twee haren uittrekt
en glimlachend zegt: je wordt grijs.

St. Ives, kerkhofje

S

Op dit kerkhof lijkt de dood zelfs op haar beurt gestorven,
de zerken op hun beurt begraven, onder gras
dat leeft en vrolijk overleeft
op grond van wat er destijds was.

Braille

B

Zoals ik zonder kijken tussen mijn boeken
‘Het houdt op met zachtjes regenen’ weet staan,
zo hoef ik jou niet meer te zoeken,
alleen te vinden.

Poëzie

P

Wakker door kinderen, meedogenloos blij
op mijn buik. Wijn die allemaal van mij?
Weer zo’n dag waar niets anders mee te doen
valt dan hem te beginnen,

Poëzie

P

Zoals je tegen een ziek dochtertje zegt:
mijn miniatuurmensje, mijn zelfgemaakt
verdrietje, en het helpt niet;
zoals je een hand op haar hete voorhoofdje

Ons

O

‘Ik kom nog even bij jou liggen.’
‘Bij ons,’ zeg je.
Want sinds je zwangerschap ben je ook op je eentje
al een beetje onder elkaar.

33-27

3

Jaja, zie titel, eigenlijk schelen wij zes jaar.
Ik ben nog zo oud en jij bent al zo jong,
en aan jouw luchthartigheid til ik soms zwaar,
en dan ben ik boos, terwijl jij gewoon je tong

Ter ere van de goedertieren maan (5)

T

Dood, ik zal sterven, maar da’s alles wat ik doe voor jou.
Ik zal niet bang zijn, veel plezier ga je er niet aan beleven.
Ik zal niet zuchten en niet huilen en niet beven.
Dood, ik zal sterven, maar da’s alles wat ik doe voor jou.

Kritiek

K

Gisteren nog vond ik het woord
‘lieveling’ uit, en droeg het op een rood
kussentje naar jou. O, schat, zei je,
dat hoefde niet. Maar je liet goed