Een eerbetoon aan Vlaanderens grootste dichter

AuteurHerman de Coninck

Ligstoel

L

Het is een soort niets dat ik zoek. Wat je overhoudt
als je uit de kom van je beide handen hebt willen drinken:
je beide handen. Geuren lanterfanten door de tuin.
Ik heb een ligstoel onder me waarin ik zo laag als ik maar

Februari

F

De berken staan grauwwit 
als dunne aspergeachtige damesbenen 
voor het eerst zonder nylons. 
Het kreupelhout schuurt knisperig 

Voor mekaar

V

Vroeger hield ik alleen van je ogen.
Nu ook van de kraaiepootjes ernaast.
Zoals er in een oud woord als meedogen
meer gaat dan in een nieuw. Vroeger was er alleen haast

Vijfjarenplan

V

Ik hou van jou. Hou jij van wat niet kan.
Hou jij van je capaciteiten, ik van je gebreken.
Jij van je trots, en ik van hoe die zacht kan breken
in mijn armen. Jij van je moed. Ik van je zwakte

Wraak

W

Ik sta geregistreerd. Geboorte, plaats, tijd.
Ik sta voor zowat één kilo papier:
geboorteakte militie, verhuizen van daar naar hier,
politieke sympathieën, vakbondsaangehorigheid.

Sneeuwstorm

S

In mijn streek zegt men 'ver' in de zin van 
'bijna'. Het is al 'ver' winter. 
En zo ver is het inderdaad. Sneeuw is eeuwig leven 
op een wit blad zonder letters geschreven,