Sloten onder kroos, pointillisme
van groen, stilliggend geril
van begin, natuur die vijf miljard puntjes tegelijk
op haar i's zet.
Parabel van de verloren vader
Zoon wil wereld veranderen.
Vader eigenlijk liever zoon.
Maar hij kan alleen een zin veranderen
tot die niet meer anders wil.
Jaloezie
1. In zijn boek Intimiteit probeerde Jos van Ussel zaliger het hele gebied van de seksualiteit te herdefiniëren. Je komt thuis van je werk, je komt uit de hele wereld, en je komt in de stad waar je woont, en in die stad in de straat waar je woont, en in die straat in het huis waar je woont, en in...
Zondagsdichters
Ergens halverwege de jaren zeventig werd er in Amsterdam een paar jaar achter elkaar een festival van zondagsdichters gehouden. Remco Campert, Simon Carmiggelt en een paar wisselende anderen selecteerden daar dan telkens een poëziebloemlezinkje uit, dat werd uitgegeven door het literair café De...
De avonturen van een gedicht
Het begon met een bevriende zangeres die zelf een tekst geschreven had, een herinnering aan het huis van haar kinderjaren, met de vraag of ik van haar aanzet een liedjestekst kon maken. Nee, eigenlijk kon ik dat niet, het was hààr jeugdherinnering en niet de mijne. Maar van de poging hield ik wel...
De auto en zijn seksualiteit
GREAT AMERICAN DREAM MACHINES. Toeval bestaat niet. Toen ik vanmorgen gauw even om de hoek ging tanken, stond er voor mij een ouwe, zo op het oog tien meter lange ceremonie-wagen rustig voor zich uit benzine te slikken. Hij was daar zeker nog een kwartier mee doorgegaan als de eigenaar niet had...
Over de troost van pessimisme
Toen ik ooit lesgaf, poëzie, aan jongens die daar helemaal niet om gevraagd hadden, was de eerste vraag: moeten we dat kennen voor het examen? Nee, voor het leven, zei ik. En de tweede vraag was: waartoe dient dat dan? Ik vond dat een erg domme vraag, en probeerde kwaadaardig te onthouden wie ze...
De grote schoonmaak
Sinds een paar weken weet ik waar ik sta. Ik heb namelijk ter gelegenheid van Kerstmis de grote Times-Wereldatlas cadeau gekregen. Ik sta nergens. Hij ligt al een week open op de Stille Zuidzee. Eilandjes, speldeknopjes, sproeten van de zee. Soms leven er hele gemeenschapjes. De Marquesas-eilanden...
De lichtkever in het jampotje
I. DE VROEGE HANS FAVEREY Laten we beginnen met een quizvraag. Van wie is het volgende gedicht? Oktober, einde van de maand. Een wesp, een late wesp: nog in het wespepak. Lijkt gekomen te zijn om de kamer te komen doorzoeken. Kan ik iets voor u doen, meneer de wesp? mevrouw de wesp? Het lijkt een...
De vierkante centimeter
In de literatuur mag alles, en dat is een groot voordeel. Misschien mag het niet van iedereen, maar zo lang van sommigen de Maigrets van Simenon erbij mogen, ben ik geneigd om als tegenprestatie te vinden dat ook de roman van Kees Ouwens ‘De eenzaamheid door genot’, een volgehouden poging tot...
Zomeravond
Zomeravond. We hebben woorden en tijd.
Behaaglijk is het om van mening en geslacht
te verschillen, waarna alleen nog van geslacht,
een verschil van dag en nacht, waarna nacht.
An (2)
Verliezen lukte beter: daar heb ik ternauwernood
één dichtbundel over gedaan. Ik won
de Prijs van de Vlaamse Provinciën met jouw dood.
Ik herinner me vooral dat ik mijn bril niet vinden kon.
An (1)
Ik herinner me vooral mij. Hoe ik ineens één
vrouw had, in plaats van nu eens deze dan die.
En hoe we nu moesten, in plaats van ooit eens zouden,
van elkaar houden.
Mamaatje
‘Mamaatje, mamaatje,’ huilt oude vrouw.
Nog oudere vrouw ligt op het asfalt
in de vorm van twee schoenen, wat verder
bril, nog verder gebit, en daarachteraan,
Meisje op straat laat ballon los
Meisje op straat laat ballon los.
Geef ook mij maar van die wanhoop,
van die hemelhoge kleine. En wil jij
dan ook zo uit het gezicht verdwijnen?
Het liefste wat ik heb is elf geworden
Het liefste wat ik heb is elf geworden.
Feestje. Daarna ging het liefste wat ik heb
naar huis met het liefste wat ik had.
Het kleine meisje met het grote.
Zes jaar heeft ze geleerd wat blijven was
Zes jaar heeft ze geleerd wat blijven was:
wat ouders deden, en wat alles dus ging doen:
een tafel bij een stoel, nu bij toen.
Het meervoud van geluk was: wij.
Ze heeft alles om te zoenen
Ze heeft alles om te zoenen, twee armen voor rond mijn hals
en aan het uiteinde daarvan zichzelf om te draaien en te keren.
Ze heeft twintig vragen en slechts twee ogen.
Die doen wat een vraagteken doet met een zin,
‘Ik hou van jou,’ zei ze
‘Ik hou van jou,’ zei je tussen twee monden vol wafel. Maar niet grappig; ook helemaal niet raar.
Een bal die je met alle ervaring van je drie jaar
vriendelijk naar mij toe rolde over tafel.
Ik bloosde haast als de eerste keer.
Glasscherven in de zon
Ik heb maar twee soorten foto’s waarop je lacht:
met je kinderen, tot een jaar of acht,
en met je kleinkinderen. (De oudste is dertien,
en nog niet te brutaal, mogen blijven.)