Wij waren jong, wij sprongen
te paard op de taal en reden
heersend de velden door,
slingerend lasso’s van woorden
Denkend aan vroegere gedichten
D
Wij waren jong, wij sprongen
te paard op de taal en reden
heersend de velden door,
slingerend lasso’s van woorden
Ze zijn er bijna niet
zoals heel slanke vrouwen
na heel licht verdriet.
Met hun poten als met een dun pincet
Gebaar voor gebaar reikt
ze haar lichaam over aan haar dromen
en telkens wordt ze meer
dan ze al was en telkens reikt ze weer.