Zomeravond. We hebben woorden en tijd.
Behaaglijk is het om van mening en geslacht
te verschillen, waarna alleen nog van geslacht,
een verschil van dag en nacht, waarna nacht.
An (2)
Verliezen lukte beter: daar heb ik ternauwernood
één dichtbundel over gedaan. Ik won
de Prijs van de Vlaamse Provinciën met jouw dood.
Ik herinner me vooral dat ik mijn bril niet vinden kon.
An (1)
Ik herinner me vooral mij. Hoe ik ineens één
vrouw had, in plaats van nu eens deze dan die.
En hoe we nu moesten, in plaats van ooit eens zouden,
van elkaar houden.
Mamaatje
‘Mamaatje, mamaatje,’ huilt oude vrouw.
Nog oudere vrouw ligt op het asfalt
in de vorm van twee schoenen, wat verder
bril, nog verder gebit, en daarachteraan,
Meisje op straat laat ballon los
Meisje op straat laat ballon los.
Geef ook mij maar van die wanhoop,
van die hemelhoge kleine. En wil jij
dan ook zo uit het gezicht verdwijnen?
Het liefste wat ik heb is elf geworden
Het liefste wat ik heb is elf geworden.
Feestje. Daarna ging het liefste wat ik heb
naar huis met het liefste wat ik had.
Het kleine meisje met het grote.
Zes jaar heeft ze geleerd wat blijven was
Zes jaar heeft ze geleerd wat blijven was:
wat ouders deden, en wat alles dus ging doen:
een tafel bij een stoel, nu bij toen.
Het meervoud van geluk was: wij.
Ze heeft alles om te zoenen
Ze heeft alles om te zoenen, twee armen voor rond mijn hals
en aan het uiteinde daarvan zichzelf om te draaien en te keren.
Ze heeft twintig vragen en slechts twee ogen.
Die doen wat een vraagteken doet met een zin,
‘Ik hou van jou,’ zei ze
‘Ik hou van jou,’ zei je tussen twee monden vol wafel. Maar niet grappig; ook helemaal niet raar.
Een bal die je met alle ervaring van je drie jaar
vriendelijk naar mij toe rolde over tafel.
Ik bloosde haast als de eerste keer.
Glasscherven in de zon
Ik heb maar twee soorten foto’s waarop je lacht:
met je kinderen, tot een jaar of acht,
en met je kleinkinderen. (De oudste is dertien,
en nog niet te brutaal, mogen blijven.)