Ik sta geregistreerd. Geboorte, plaats, tijd.
Ik sta voor zowat één kilo papier:
geboorteakte militie, verhuizen van daar naar hier,
politieke sympathieën, vakbondsaangehorigheid.
Sneeuwstorm
In mijn streek zegt men 'ver' in de zin van
'bijna'. Het is al 'ver' winter.
En zo ver is het inderdaad. Sneeuw is eeuwig leven
op een wit blad zonder letters geschreven,
Zoals dit eiland van de meeuwen
Zoals dit eiland van de meeuwen
is en de meeuwen van hun krijsen
en hun krijsen van de wind
en de wind van niemand,
Heb mij nodig. Kun mij niet missen
Heb mij nodig. Kun mij niet missen
Heb verdriet. Ik heb daar van alles tegen,
Levensbeschouwing, aforismen, groter verdriet:
Het is familie. Van geluk weet ik dat niet.
‘Slaap maar,’ zeg ik
'Slaap maar,' zeg ik
tegen een dochter die allang slaapt
en daar wakker van wordt.
Het onweert. Misschien wil ik wel
Zonder begrip
Zonder begrip.
(Je kunt jezelf begrijpen,
je kunt een atoombom begrijpen.)
Zonder zin.
Vingerafdrukken op het venster
Ik denk dat poëzie iets is als vingerafdrukken
op het venster, waarachter een kind dat niet kan slapen
te wachten staat op de dag. Uit aarde komt nevel,
uit verdriet een soort ach. Wolken
Pointillisme
Sloten onder kroos, pointillisme
van groen, stilliggend geril
van begin, natuur die vijf miljard puntjes tegelijk
op haar i's zet.
Parabel van de verloren vader
Zoon wil wereld veranderen.
Vader eigenlijk liever zoon.
Maar hij kan alleen een zin veranderen
tot die niet meer anders wil.
De troost van een vergelijking
In deze achttiende Woensdageditie van de Meanderkrant tracht Meanderredacteur Sophie van Schouwen aan de hand van het werk van Herman de Coninck uit te leggen welk verband er bestaat tussen poëzie en vergelijkingen, tussen poëzie en troost, en hoe, als gevolg daarvan, een vergelijking troost kan bieden. Het resultaat hiervan is een interessant en lezenswaard artikel.